Dementie en ik-beleving

Dementie en ik-beleving

Dementie is een progressieve ziekte. Dat betekent dat dementie niet te genezen is en dat de klachten steeds ernstiger worden. Soms wordt de ziekte opgedeeld in verschillende fasen, zoals de vier fasen van ik-beleving. Hoe ervaart iemand zichzelf? En de wereld om hem of haar heen? Wat gebeurt er (ongeveer) in het hoofd en het lichaam?

Vier fasen van ik-beleving

De vier fasen van ik-beleving kunnen houvast bieden bij het verloop van dementie. Maar: zoals ieder mens anders is, is ook elke vorm van dementie weer anders. En elke fase kan per persoon verschillen. Er kan overlap zijn, of de klachten verschillen per persoon.

De eerste fase van ik-beleving: de bedreigde ik

In de eerste fase van dementie kan iemand meestal nog goed communiceren. Hij/zij krijgt vooral last van het geheugen, moeite met logisch nadenken en vooruit plannen. Naar de buitenwereld doet hij/zij alsof alles normaal is.

Toch kan iemand zich angstig, onzeker, gespannen of onveilig voelen, zelfs in de eigen omgeving. Omdat ze merken dat ze dingen vergeten, niet meer alles oppikken of het gevoel hebben dat alles ze ontglipt. In de beginfase van dementie is iemand daarom vaak oplettend en achterdochtig. Iemand in deze fase heeft veel behoefte aan zekerheid en routine.

De tweede fase van ik-beleving: de verdwaalde ik

In deze fase weet iemand met dementie regelmatig niet goed meer wie of waar hij is. Vroeger en nu worden door elkaar gehaald. Iemand komt zoekende over en wenst vertrouwdheid en veiligheid. Concentreren is lastig en iemand is steeds ongeremder. De emoties worden steeds meer geleid door basisbehoeften als liefde, eten, drinken en seksualiteit.

Het lichaam verandert in deze fase van dementie. Bewegingen zijn langzamer en onhandiger. De fijne motoriek wordt minder: dingen als bestek oppakken en knopen sluiten gaan steeds lastiger. Ook vinden de hersenen steeds moeilijker om te verwerken wat ze zien. Iemand heeft bijvoorbeeld moeite met inschatten van diepte en het onderscheiden van kleuren.

De derde fase van ik-beleving: de verborgen ik

Iemand in de derde fase (ook wel: psychomotore fase) leeft steeds meer in een eigen wereld. Die wereld is tijdloos, of terug naar vroeger. De woonomgeving klopt vaak niet meer met de herinnering van vroeger: mensen willen daarom vaak ‘naar huis’. Het lichaam is onrustig en wil graag in beweging blijven.

Iemand zal vanuit zichzelf weinig contact maken met zijn of haar omgeving. Zelf honger en dorst herkennen kan lastig zijn. Wel kan iemand in de verborgen ik-fase sterk reageren op prikkels vanuit de omgeving, zoals veel geluid, fel licht of drukte.

De laatste fase van ik-beleving: de verzonken ik

In de laatste fase van dementie maakt iemand geen of nauwelijks contact meer met de omgeving. Hij/zij ervaart prikkels via de zintuigen (horen, zien, ruiken, proeven voelen), maar kan hier geen betekenis of emotie aan verbinden. De wereld is koud, warm, rustig, druk, prettig of onprettig. Lopen en zitten lukt niet meer, in bed liggen wel.