Deel op:

‘Het Prins Claushuis voelt als familie’

Gerda Volmer had zelf heel goed in de gaten dat het alleen thuis wonen niet meer ging, ondanks de hulp van de thuiszorg. Bijna een jaar geleden verhuisde ze naar het Prins Claushuis in Nijverdal. Sindsdien is ze opgebloeid, vertelt zoon Alfred. “Ik zie nu weer de moeder die ik vroeger altijd heb gehad.”

Trots laat ze de verzameling ingelijste zwart-witfoto’s op het kastje zien. “Dit is mijn man, ja, knappe man, hè? En hier mijn vader en mijn moeder, die droeg vroeger nog een knipmuts. Dit is de hele familie, voor ons café. Daar sta ik, als jong meisje.” Terwijl ze de rest van haar studio even in zich opneemt beaamt ze dat het inderdaad heel schoon is. “Maar wat moet er ook smerig worden? Ik ben hier nooit!”

Te druk voor visite

Nee hoor, Gerda Volmer is veel te druk om in haar eentje in haar studio te zitten. “Het is bijna lastig als ik op bezoek kom”, zegt zoon Alfred met een grote grijns op zijn gezicht. “Dan wordt ze gestoord, ze heeft helemaal geen tijd voor visite.” Ja, ze doen leuke dingen, vertelt zijn moeder. “Voor Pasen kregen we allemaal een omgekeerd wijnglas, die hebben we geel geschilderd en er een snaveltje op gemaakt, zo werd het een paaskuiken. Die heb ik nu op mijn kamer staan. Dat is leuk: je maakt iets blijvends. En vandaag komt Mirthe op bezoek met haar baby. We hebben slingers gemaakt met rompertjes en de naam van dat kereltje. Die hangen al in de woonkamer.”

Bewoonster samen met zoon in haar studio in Het Prins Claushuis. Ze zitten aan tafel en lachen naar de camera

Dat is een van die dingen die zoon Alfred zo mooi vindt aan het Prins Claushuis. “Dat een van de zorgmedewerksters vandaag langskomt met haar pasgeboren kindje, dat is toch prachtig? Hier heb je echt dat gezinsgevoel, het is als een familie. Het helpt ook dat het team gewoon in groene polo’s rondloopt.” Hij heeft dan ook niets dan lof voor de medewerkers van Het Prins Claushuis. “Ik vind het echt super zoals mijn moeder hier opgevangen is, ze zit hier goed, vindt het prachtig. Een groot compliment. Ik vind dat ze in elke stad, in elke plaats, tien van dit soort huizen moeten neerzetten. Echt. Ik ga hier altijd met een goed gevoel weer weg.”

Rust voor de mantelzorger

Dat was voordat zijn moeder bij Dagelijks Leven te wonen kwam wel anders. “Als mantelzorger moest ik soms nachtenlang bij haar zitten. Je wordt op dat moment zelf haast verpleger. Ik heb ook het idee dat we toen alleen maar aan het lappen waren. Dan had ze een blaasontsteking, dan weer die ziekte… Dat is nu echt niet meer zo, het gaat hartstikke goed met haar. Nooit ziek, ze is goed aangekomen. Hier is rust. En het is gewoon ontzettend mooi om te zien hoe ze op haar plek is. Ze is nu weer de moeder die ik vroeger altijd heb gehad.”

Een zorgmedewerkter is met haar pasgeboren baby op bezoek in Het Prins Claushuis. Een bewoonster heeft haar op de arm terwijl een andere bewoonster eroverheen gebogen staat en vertederd toekijkt.

Kleinschalig en toch betaalbaar

Via de app Carenzorgt blijft Alfred op de hoogte van de zorg voor zijn moeder, op Facebook ziet hij regelmatig wat ze zoal gedaan heeft. “Top”,  vindt hij. “We worden heel goed geïnformeerd. Ik heb ervaren dat bij andere zorginstellingen de communicatie veel indirecter is. Hier hoor je alles en je kunt overal direct op reageren.” En het is een mooie plek, daar zijn moeder en zoon het over eens. Alfred: “Eén laag, kleinschalig en dat groen eromheen; ik moet eerlijk zeggen dat ik dacht dat hier wonen heel duur zou zijn. Maar het is hartstikke betaalbaar. Misschien zelfs goedkoper dan wonen in een ‘gewoon’ verpleeghuis.”

Het is alsof het zo heeft moeten zijn, vervolgt hij. “Dat ze hier terechtkon en het nu zo goed naar haar zin heeft. Ik woon ook nog eens heel dichtbij, maar twee straten verderop. Ik zie de bewoners weleens voorbijkomen als ze een eindje gaan wandelen. Dan gaan ze richting de Regge, om langs de rivier te lopen.” Dat doen ze regelmatig, beaamt moeder Gerda. “Ik heb nieuwe heupen, dus het gaat niet heel gemakkelijk. Maar een klein stukje doe ik zelf. Of ik ga in de rolstoel mee. Er wordt genoeg georganiseerd. En als je zin hebt mag je helpen in het huis, in de keuken. Maar je moet niets. Prachtig, ik zit hier goed. Ik heb geluk gehad.”