Deel op:

“De zusters zijn werkelijk allerliefst voor de mensen met dementie”

Tineke de Bruijn (85) heeft eigenlijk helemaal niet hoeven wennen, nadat ze een jaar geleden naar Het Voetelinkhuis in Steenwijk verhuisde. Dat komt vooral doordat ze de vrijheid heeft om te doen en laten wat ze wil. Lezen? Graag. Meedoen met de activiteiten? “Als het even kan, liever niet.”

Ze is dan ook de eerste die toegeeft dat ze nogal een eigenheimer is. “Ik heb lang alleen gewoond, ben niet zo’n groepsmens. Laat mij hier maar lekker in mijn eentje zitten. Lezen, de televisie aan of hier door het raam naar buiten kijken.” Met uitzicht op het naastgelegen park Rams Woerthe valt er meestal wel wat te zien. “Laatst wandelde hier een ooievaar heel parmantig langs het water.”

Zelf wandelde ze eerder ook dagelijks door het park, met hondje Willemientje. Voor haar verhuizing naar Het Voetelinkhuis woonde Tineke al vijf jaar in Steenwijk. Maar de herinneringen daaraan zijn vervaagd. Wanneer dochter Gilia de straatnaam noemt waar ze heeft gewoond, komt er iets terug. “Oh ja. De Anjelierstraat. Maar ik zou niet weten hoe ik daar zou moeten komen, nu. Dat is raar hè, door mijn ziekte ben ik dat vergeten.”

Even een crackertje

Gilia is “dol- en dolblij” dat haar moeder in Het Voetelinkhuis terechtkon. “Het is hier fantastisch. Ze heeft zich hier vanaf het begin geliefd gevoeld. Het is een warm bad. Daardoor voelen wij ons ook gerust. Als ze ‘s nachts eens wat heeft, dan kan ze naar iemand toe. Als ze trek heeft, bijvoorbeeld. Nou, zegt de verzorging dan: ‘dan maken we toch even een crackertje?’” Tineke: “Ja, dat vind ik heel fijn. Alles kan hier. De zusters zijn werkelijk allerliefst. Dat is fantastisch. Eén en al geduld. Ik heb daar niets dan lof voor. Ze zijn vreselijk lief voor de mensen met dementie, die hier wonen. Want dat valt niet mee, hoor.”

“De ene heeft zus en de ander weer zo”, vervolgt Tineke. “Je moet heel wat in je mars hebben om daar liefdevol op te reageren. Morsen en knoeien tijdens het eten, bijvoorbeeld. En laatst was ik ‘s avonds laat eventjes de deur uit en toen ik terugkwam bleek er een bewoonster mijn studio binnen te zijn gelopen. Ik was vergeten de deur op slot te doen. Maar de bewoners kunnen er zelf niets aan doen, ze weten het niet, dat is inherent aan de problematiek. En er zijn natuurlijk ook wel hele gezellige bewoners. Hoewel ik het soms moeilijk vind om met ze te praten.”

Deel van een geheel

Ze heeft dan ook meer met de medewerkers van Het Voetelinkhuis, geeft Tineke direct toe. “En ze is graag op haarzelf”,  zegt Gilia. “Daarom werkt het voor haar hier ook zo goed. Tijdens het samen eten, ‘s middags, heeft ze net genoeg aanspraak. Daarna is het ook goed. Ze is hier echt deel van een geheel, maar zonder dat het een dwingend groepsgebeuren wordt.” Tineke: “En als ik niet mee wil eten, eet ik hier in mijn eigen studio. Dat kan ook gewoon. Alles kan.”

Twee foto's van moeder met dementie en dochter. Links in het rookhok in de tuin van Het Voetelinkhuis. Beiden hebben een zonnebril op en lachen naar de camera. Op de tweede foto zit de bewoonster in haar stoel in haar studio, ze kijkt zijdelings de camera in. Haar dochter zit schuin achter haar op de rugleuning. Zij kijkt naar haar moeder.

“Heerlijk dat ik niet meer hoef te koken”

Of ze wel meedoet met de activiteiten die georganiseerd worden? “Als het even kan, niet. Een enkele keer wel, hoor. Laatst zijn we naar de Orchideeën Hoeve geweest, dat was erg mooi. En de boottocht was ook heel leuk. Maar ze zijn bijvoorbeeld vaak aan het zingen. Daar heb ik geen zin in.” Verder blijft Tineke ook graag weg  uit de keuken en houdt ze zich zo min mogelijk bezig met het huishouden. “Ik heb in mijn leven elke dag gekookt, vind het heerlijk dat het niet meer hoeft.” Wel haalt ze regelmatig een boodschapje. “Je hoeft hier alleen maar het park door te steken en je loopt zo het centrum in”, vertelt Gilia. “Dus we gaan ook vaak samen winkelen, even naar de kapper of op het terras zitten. Heel gezellig. En op zondag halen we weleens Thais om samen te eten.”

Bomvolle boekenkast

“Eigenlijk lijkt het hier best wel op hoe het er eerder bij jou thuis uitzag,” zegt Gilia, terwijl ze haar hand op de over de stoel gedrapeerde grand foulard legt. De stof is een stuk bekleding van Tinekes bank, die helaas te groot bleek om mee te nemen. Ook buiten is het een beetje “eigen”, vervolgt Gilia. “Mijn moeder rookt en de dochter van een andere rokende bewoner heeft van een stukje overkapping een heel gezellig aangekleed plekje voor de rokers gemaakt. Daar staan ook de planten die eerder bij mijn moeder op het balkon stonden.” Als het tijd is voor de foto’s poseren moeder en dochter met plezier samen op de comfortabele stoel, voor de bomvolle boekenkast én in het rookhok. Maar een sigaret erbij aansteken? Dat doet Tineke niet. “Dat zou toch schandelijke propaganda zijn?”