Mevrouw Greven woont sinds enige tijd in één van onze huizen. Een paar jaar geleden kreeg zij de diagnose dementie. Thuis kon zij zich steeds minder goed redden. Haar man was al jaren overleden. Toen zij steeds vaker in paniek haar zoon of dochter belde, besloten zij samen dat een verhuizing nodig was.
In het begin ging het erg goed metmevrouw Greven . Ze genoot van de nieuwe contacten, deed actief mee aan activiteiten en schilde het liefst elke dag aardappelen.
De laatste maanden gaat het minder goed. Ze lijkt somberder en doet minder vaak mee aan activiteiten. Ook loopt ze vaak doelloos rond en zoekt ze veel contact met medewerkers. Daarnaast roept ze steeds vaker hardop. Soms roept ze: “Help!” of “Zuster!”, maar ook regelmatig: “Wilma!”
‘Daar heb je mevrouw Flintstone weer’
Andere bewoners ergeren zich hieraan. Sommigen maken er grapjes over waar mevrouw Greven zelf ook bij is. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: “Daar heb je mevrouw Flintstone weer. Wilmaaaaa!”
Tijdens het bewonersoverleg bespreken we de situatie van mevrouw Greven. Vooral het roepen vinden medewerkers lastig. Aan de ene kant zien zij dat zij het moeilijk heeft. Aan de andere kant zorgt het roepen voor onrust bij medebewoners en buren. Het team probeert het gedrag te stoppen, maar dat lukt niet. Daarom wordt mevrouw Greven besproken tijdens degedragsvisite .
Ze volgde de HBS, in die tijd bijzonder
Tijdens de gedragsvisite kijken we naar wie mevrouw Greven was én wie zij nu is. Zij is een intelligente vrouw. Ze volgde de HBS, iets wat in haar tijd voor vrouwen bijzonder was. Ze werkte jarenlang in leidinggevende functies. Toen ze moeder werd, combineerde ze haar gezin met verschillende bestuursfuncties. Later ging ze werken als bibliothecaresse. Boeken speelden altijd een belangrijke rol in haar leven.
Toen ze hier net woonde las ze nog regelmatig, maar nu heeft ze soms een boek op schoot zonder echt te lezen. Ze bladert wat door de pagina’s. Ook het aardappels schillen lukt niet meer goed. Terwijl haar buurvrouw al vijf aardappelen heeft geschild, is mevrouw Greven vaak nog bezig met de eerste. Die snijdt ze vervolgens in allemaal kleine stukjes. Ze zit nog wel bij activiteiten, maar lijkt niet goed te volgen wat er gebeurt. Alleen wanneer iemand haar rechtstreeks aanspreekt, reageert ze.
‘Ik ben wel een piekeraar’
Na de gedragsvisite ga ik bij mevrouw Greven langs. Ze ontvangt me vriendelijk op haar studio. Wanneer ik haar vraag hoe het met haar gaat, vertelt ze openhartig: “Mijn hoofd doet het niet meer. Ik las altijd veel, maar dat lukt niet meer. De letters dansen voor mijn ogen. Ik was altijd geïnteresseerd in allerlei boekengenres en onderwerpen, maar mijn verstand wil niet meer.”
Ik vraag haar wat ze bedoelt als ze zegt dat haar verstand niet meer wil. Ze kijkt me wat verward aan en zegt: “Het verstand, het verstand…” Daarna schudt ze haar hoofd en zegt: “Ik ben wel een piekeraar.” Ik vraag waar ze over piekert. Opnieuw kijkt ze me vragend aan. Dan zegt ze ineens: “Wil je wat drinken?” Ik vraag me af of ze mijn vraag begrijpt. Misschien hoort ze mijn vraag wel, maar kan ze er geen antwoord meer op geven.
Minder praten, minder vragen stellen
Ik probeer het op een andere manier. Ik wijs naar de boeken in haar boekenkast en vraag welke boeken ze het liefst leest. Ze antwoordt: “Ja, het zijn er veel.” Daarna stel ik een eenvoudige vraag: “Bent u getrouwd?” Meteen verschijnt er een glimlach op haar gezicht. “Ja, met mijn lieve Piet!”
Ook op andere eenvoudige vragen geeft zij snel en passend antwoord.
Later bespreken we dit met een aantal collega’s tijdens een kop koffie. Verschillende collega’s herkennen wat ik beschrijf. Sommigen hebben gemerkt dat het contact met mevrouw Greven beter verloopt wanneer zij minder praten en minder vragen stellen. Rustig aanwezig zijn, gebaren gebruiken en soms een aanraking geven werkt vaak beter. We spreken af om hier de komende weken bewust mee te oefenen.
Dementie niet altijd zichtbaar
Terwijl we hierover praten, denken we ook aan andere bewoners die we in de loop der jaren hebben gekend. Sommige mensen met dementie komen nog heel alert en taalvaardig over. Daardoor lijkt het soms alsof de dementie nog meevalt. Maar schijn kan bedriegen. Het verhaal van mevrouw Greven laat zien dat dementie niet altijd zichtbaar is. Iemand kan er nog taalvaardig uitzien, terwijl begrijpen en verwerken steeds moeilijker wordt. Juist daarom moeten we alert blijven op wat iemand laat zien in gedrag. Achter roepen, onrust of terugtrekken schuilt vaak een behoefte die niet meer onder woorden kan worden gebracht.