Gisteren heb ik euthanasie uitgevoerd bij een 92-jarige vrouw met gevorderde dementie. Op verzoek van haar huisarts was ik al ruim twee jaar bij haar zorg betrokken, vanwege haar wens tot euthanasie. Het was een wens die niet plotseling ontstond. De wens groeide stap voor stap en kwam steeds duidelijker naar voren.
Deze casus liet mij niet alleen nadenken over de medische en juridische vraagstukken rondom euthanasie bij dementie. Het liet mij vooral zien welke spanning kan ontstaan tussen patiënt, zorgteam en arts. En de vraag: wat betekent het om arts te zijn op het snijvlak van geneeskunde, eigen regie en levensovertuiging?
Het verlies van waardigheid door dementie en de wens om te sterven
De euthanasiewens van mevrouw ontstond niet zozeer vanuit lichamelijke pijn. Het verlies van waardigheid en eigen regie was voor haar veel zwaarder. In de laatste fase van haar leven werd zij bedlegerig, incontinent en volledig afhankelijk van zorg. Dit was voor haar geen leven meer, zo gaf ze zelf aan. Mevrouw keek terug op een voltooid leven en vertelde heel duidelijk dat zij euthanasie wenste. Op korte termijn.
Wat opviel, was hoe haar wens nooit veranderde. En hoe zij deze bleef uitspreken. Ondanks haar gevorderde dementie bleef zij in staat haar verlangen naar levensbeëindiging helder te verwoorden. Zij begreep wat euthanasie inhield. Ze kon ook de redenen waarom ze dit graag wilde, goed toelichten. Ze bleef bij herhaling bij haar standpunt. Dit onderstreept dat wilsbekwaamheid bij dementie nooit “alles of niets” is. We moeten per situatie en per keuze beoordelen wat iemand zelf kan bepalen.
Voor deze mevrouw was het vooruitzicht op verdere geestelijke en lichamelijke achteruitgang een vooruitzicht waarmee zij niet kon leven. Het verlies van controle over haar lichaam en haar leven vormde de kern van haar lijden.
Geloof belangrijk, in de regio en voor het zorgteam
Mevrouw woonde op een zorglocatie in een regio waar het geloof een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. Dus ook in de beleving van zorg en sterven. Veel verpleegkundigen en verzorgenden waren zelf ook gelovig.
Hoewel het team zich professioneel bleef inzetten voor mevrouw, was er tegelijkertijd een duidelijke afstand ten opzichte van mijn rol als uitvoerend arts. De locatiemanager verwoordde dit treffend. Het team veroordeelde mij niet als persoon, maar wat ik deed – het uitvoeren van euthanasie – kwam niet overeen met hun religieuze overtuigingen.
Deze uitspraak raakte mij. Niet omdat ik mij aangevallen voelde, maar doordat de uitspraak precies liet zien welke spanning er altijd bestaat rond euthanasiezorg: die tussen professionele verantwoordelijkheid en persoonlijke overtuiging.
Het liet mij nadenken over hoe euthanasie niet alleen een individuele beslissing van patiënt en arts is. Het is een gebeurtenis die het hele zorgteam raakt.
De rol van geloof bij de patiënt zelf
Wat deze casus extra bijzonder maakte, was dat mevrouw zelf ook een gelovig mens was. In de laatste dagen van haar leven bad zij regelmatig. Soms samen met verzorgenden. Haar gedrag werd zachter, milder. Alsof er een vorm van innerlijke verzoening plaatsvond.
Tijdens de uitvoering van de euthanasie hield zij haar linkerhand op haar Bijbel. In diezelfde hand zat het infuus waardoor deeuthanica werden toegediend.
Dat beeld symboliseerde voor mij geen tegenstelling, maar een samenvallen van twee werkelijkheden. Voor haar botsten geloof en euthanasie kennelijk niet. Het waren gewoon twee verschillende onderdelen van haar stervensproces, die prima naast elkaar konden bestaan.
Dat confronteerde mij met mijn eigen, misschien onbewuste, ideeën over de verhouding tussen religie en euthanasie.
Euthanasie bij dementie kan bijdragen aan waardig levenseinde
Als specialist ouderengeneeskunde zie ik regelmatig de grenzen van geneeskunde. Genezing van de ziekte is niet langer mogelijk. Behandeling wordt begeleiding. En soms, op verzoek, levensbeëindiging.
De uitvoering van euthanasie vraagt niet alleen technische bekwaamheid en juridische zorgvuldigheid. Het vraagt van de arts om dichtbij te zijn in een van de meest kwetsbare momenten in het leven van een patiënt.
Wat mij in deze casus trof, was de rust waarmee mevrouw haar dood tegemoet trad. Er was geen angst, geen verzet. Alleen aanvaarding.
Voor mij bevestigde dit dat euthanasie kan bijdragen aan een waardig levenseinde. Als de euthanasie zorgvuldig wordt uitgevoerd en voortkomt uit een wens waar goed over na is gedacht. Een wens die iemand steeds opnieuw duidelijk maakt.
Tegelijkertijd liet deze ervaring mij opnieuw zien dat euthanasie nooit routine is. Iedere uitvoering blijft een ingrijpende gebeurtenis, die diep raakt. Voor alle betrokkenen.
Euthanasie raakt de patiënt, de naasten, het zorgteam en de arts
Deze casus maakte duidelijk dat euthanasie niet alleen een individuelemedische interventie is. Het is een gebeurtenis die de patiënt, de naasten, het zorgteam en de arts raakt.
Voor het zorgteam betekende het een confrontatie met hun eigen overtuigingen. Voor de naasten betekende het afscheid van iemand met wie zij een diepe band hadden. Voor mij betekende het de verantwoordelijkheid om het leven van een patiënt op haar verzoek te beëindigen.
En voor mevrouw betekende het het hervinden van regie over haar eigen sterven.
Misschien is dat de kern van euthanasie in de ouderengeneeskunde. Het erkennen van eigen regie, juist wanneer die eigen regie op alle andere vlakken verloren is gegaan.
De taak van de specialist ouderengeneeskunde bij euthanasie
In de ouderengeneeskunde worden wij dagelijks geconfronteerd met de grenzen van het leven. Dementie confronteert patiënten met een geleidelijk verlies van zichzelf. In dat proces kan de wens ontstaan om het leven op een zelfgekozen moment te beëindigen.
Als arts is het mijn taak om die wens zorgvuldig te onderzoeken, te toetsen aan de wettelijke en professionele kaders, en – wanneer aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan – deze wens te respecteren en daaraan te voldoen.
Niet omdat de dood het doel is. Maar omdat waardigheid dat is.