Mevrouw Molema groeide op op een boerderij. Hard werken hoorde bij het leven. Dat heeft haar gevormd. Naast het werken was muziek belangrijk voor haar. Ze speelde orgel en hield veel van zingen. Tijdens het huishouden hoorden haar kinderen haar vaak fluiten. Muziek was altijd om haar heen.
Mevrouw Molema kon ook verdrietig zijn. In haar leven maakte zij verschillende verliezen mee. Dat heeft diepe sporen nagelaten. Het geloof speelde voor haar een grote rol. Ze kwam uit een gereformeerd gezin en putte veel steun uit kerkelijke liederen.
Slecht zien, dementie en verdriet
Rond haar tachtigste kreeg mevrouw Molema de diagnosevasculaire dementie . Op dat moment had ze al jaren steeds meer moeite met zien. Slecht zien, dementie en haar gevoeligheid voor verdriet: de combinatie maakte het leven steeds ingewikkelder. Toen zelfstandig wonen niet meer lukte, kwam zij wonen bij Dagelijks Leven.
Verstoorde prikkelverwerking
Wonen met 21 andere mensen is voor mevrouw Molema niet altijd gemakkelijk. Ze ziet niet goed wat er om haar heen gebeurt, maar ze hoort alles. Door haar vasculaire dementie gaat er iets mis in de Sensorische Informatieverwerking (SI). Dat betekent dat er een verstoring is in hoe prikkels zoals geluiden, wat ze ziet, voelt of ruikt, bij haar binnenkomen. Het kan voor haar snel te druk worden. Bezoek van medebewoners, gesprekken in de huiskamer, geluiden door elkaar: het kan haar overweldigen. Ze raakt dan onrustig en voelt zich onveilig.
Kerkelijke liederen die houvast geven
In zulke momenten grijpt mevrouw Molema terug op een oude, vertrouwde manier om zichzelf tereguleren : muziek maken. Ze begint te zingen en te fluiten. Vooral liederen van vroeger. Kerkelijke liederen die ze goed kent en die haar houvast geven.
Maar het werkt ook andersom. Wanneer er te weinig gebeurt, raakt mevrouw Molema onderprikkeld. Ook dan zorgt ze zelf voor prikkels. Opnieuw door te zingen en te fluiten. Voor buitenstaanders lijkt dit precies hetzelfde gedrag. Toch zit er een belangrijk verschil achter.
Te veel of te weinig prikkels?
Voor het zorgteam was dat een flinke uitdaging. Hoe weet je of iemand overprikkeld of onderprikkeld is, als het gedrag zo op elkaar lijkt? Samen met een SI-behandelaar deed het team uitgebreid onderzoek. Ze keken en luisterden goed naar mevrouw Molema. Langzaam werd duidelijk: bij onderprikkeling zingt en fluit ze rustig. Bij overprikkeling wordt het steeds harder en dwingender.
Ook de medebewoners spelen hierin een rol. Meneer Van Zanten en mevrouw Hechter zitten vaak naast mevrouw Molema. Ze weten dat ze een lieve en zorgzame vrouw is, maar het voortdurende zingen en fluiten kan hen flink irriteren. Regelmatig reageren ze met een zucht of een boze blik.
“Tiny, houd nou toch eens op!”
“Tiny, sssst!”
Samen zingen in plaats van in haar eentje fluiten
Gespecialiseerd verzorgende psychogeriatrie (GVP) Marieke voelt zich hierdoor vaak verscheurd. Ze heeft begrip voor de medebewoners, maar ook voor mevrouw Molema. Ze weet: bij overprikkeling moet mevrouw Molema naar haar studio, waar het rustiger is. Maar bij onderprikkeling helpt dat juist niet.
Tijdens een gedragsvisite vertelt Marieke dat ze haar eigen weg hierin heeft gevonden.
“Als mevrouw Molema rustig zingt en fluit, maak ik er bewust een activiteit van. Ik zet het lied dat zij zingt op via YouTube of Spotify en zing mee. Vaak duurt het niet lang voordat anderen ook meedoen. Dan zingen we samen.”
Het effect is groot. De medebewoners genieten, mevrouw Molema straalt, en de onderprikkeling verdwijnt vanzelf.
Écht kijken naar wie iemand is
Deze situatie laat mooi zien wat werken met mensen met dementie vraagt. Aandacht. Inlevingsvermogen. De bereidheid om écht te kijken naar wie iemand is en waar gedrag vandaan komt. En soms ook creativiteit: iets wat lastig lijkt, ombuigen tot een moment van verbinding. Dat is zorg met hoofd, hart én lef.