Deel op:

‘Wij hebben geen haast deze ochtend. Wij hebben alle tijd’

Ik hoor u vanuit uw bed tellen. “124, 125, 126….” Met een grote boog loop ik naar u toe, zodat u mij goed ziet aankomen en niet schrikt van mijn aanwezigheid. U stopt met tellen als u mij opmerkt. “Hé, hallo. Wat kom jij doen?”

“Goedemorgenmevrouw Jansen , ik kom even bij u kijken”, antwoord ik. Waar ik dan naar kom kijken, vraagt u zich af. “Er is hier toch niets te zien?”

Ik zak door mijn knieën en hurk naast uw bed. Onze ogen vinden elkaar. “Ik kwam kijken of alles goed met u gaat.” Ik herhaal de zin meerdere malen voordat u mij begrijpt. U ligt op uw zij met de dekens hoog opgetrokken. Alleen uw gezicht steekt erboven uit. U kijkt mij aan met vragende groenbruine ogen. Uw dun geworden haar ziet er wat verwilderd uit na een nacht slaap.

“Mag ik misschien uw gordijnen openen?” Het zonnetje schijnt die ochtend al goed. U antwoordt dat het goed is. U wilt dat ik ook de vitrage openschuif, zodat u naar de lucht kan kijken.

Gezichten in de ochtendzon

Dan ziet u de oude boom die in al haar pracht voor het raam staat en haar best doet om de winter te verdrijven. Ik zie de eerste knopjes voor nieuwe bladeren al verschijnen. “Mooi is de boom hè”, zegt u. Ik beaam dit. Het is een imposante, mooie oude boom.

“Mag ik even bij u zitten?” U schuift wat op en ik neem naast u plaats. U kijkt naar de foto boven uw bed. “Uw twee dochters”, zeg ik. U vertelt mij hoe zij heten. Maar u weet niet wie die mannen en het meisje zijn, die ook op de foto staan. Ik vraag er ook niet naar. Het zou u onrustig kunnen maken, ik weet dat u het antwoord niet heeft.

U kijkt weer naar buiten. Ik vraag aan u of u de boom misschien van dichterbij wil bekijken? Voor het raam? Dat is goed, zegt u. “Maar alleen als jij meegaat.”

In de ochtend vindt u het vaak moeilijk om de dag te starten. Als er de tijd voor u wordt genomen en wij meegaan in wat u aangeeft, lukt het beter. Ook deze ochtend.

Samen staan we een poosje voor het hoge venster met onze armen op de vensterbank en onze gezichten in het ochtendzonnetje. We genieten van de boom. Ondertussen razen mensen in auto’s en op fietsen voorbij.

“Wat een haast heeft iedereen, hè”, merk ik op. “Wij niet, hè? Wij hebben alle tijd!” Terwijl u dit zegt, legt u uw hoofd tegen mijn hoofd en ik leg mijn arm om uw smalle schouders. Inderdaad. Wij niet, mevrouw Jansen. Wij hebben alle tijd.

Een goede start

U weet niet dat ik ondertussen ook denk aan de andere bewoners die op mij wachten. Maar het is mij veel waard dat ik u op een rustige en geduldige manier heb kunnen begeleiden, zonder dat u onrustig en overprikkeld raakte. Uw dag is goed gestart…..
Én daardoor mijn dag óók!

 

 

Geschreven door:

Sandra van Giessel

Gespecialiseerd Verzorgende Psychogeriatrie (GVP) bij Het Vredehofhuis SpijkenisseMeer verhalen van Sandra