Ze woont nog maar net een maandje in Het Blaauwhofhuis in Joure, maar Roelie is al goed gewend. Zelfstandig thuis wonen ging niet meer, vertelt dochter Ellen. “Ze viel steeds vaker. Ook ’s nachts. De laatste keer kwam ik helpen, en ben ik zeven weken gebleven. Ik werk zelf in de zorg, dus natuurlijk weet ik wat ik moet doen. Maar als het je eigen moeder is… Je wil dan gewoon moeder en dochter zijn.”
Roelie had zelf het idee dat het thuis nog wel goed ging. “Toch? Ik kookte wel.” Ellen: “Nou, de pannen zagen er niet meer uit zoals ze eruit horen te zien. En je bleef heel lang op bed liggen, sliep heel veel. Je werd steeds stiller. Als ik nu al het verschil zie, dat is heel bijzonder. Je leeft helemaal op, bent veel vrolijker. Mijn dochter zei laatst, toen ze op bezoek was geweest: ‘ik heb oma nog nooit zoveel horen praten!’”
‘Het lijkt één grote familie, bewoners en team’
In hun eigen Emmeloord was helaas een langere wachtlijst bij Het Revelsanthuis, maar in Het Blaauwhofhuis in Joure kon Roelie direct terecht. “Mijn vader had frontotemporale dementie, dus mijn moeder wist heel goed dat mantelzorg zwaar is. Ze heeft altijd gezegd: als er met mij iets is, dan moet ik hier weg. En dat vond ze nog steeds, dus dat is geen strijd geweest. Hoewel de laatste week thuis natuurlijk wel emotioneel was. Afscheid nemen van de thuiszorg, dat was bijvoorbeeld even moeilijk.”
En natuurlijk is het dan even wennen, als je bent verhuisd, knikt Roelie. “Maar dan komen ze mij troosten. Het zijn lieve medewerkers hier. Ze nemen de tijd voor je.” “En ze betrekken de bewoners overal bij”, vult Ellen aan. “Dan komen ze naar de studio om te vragen of ze mee willen doen. Met kleuren, wandelen, een ritje op de duofiets. Het lijkt een beetje op één grote familie, wat hier bij elkaar zit. Met het team erbij.” Roelie vertelt dat gisteravond de sjoelbak tevoorschijn kwam. “Sjóelen? Ik wist niet eens dat ik het kon. Dat was ook zo gezellig. Ik heb het wel naar mijn zin. Ik krijg ook veel bezoek.”
‘Wat ik zelf doe, doe ik zelf’
“Eigenlijk kom jij tijd tekort hier”, zegt Ellen tegen haar moeder. Roelie knikt. “Sturm der Liebe, de Duitse serie die ik thuis elke middag keek, daar heb ik sinds ik hier woon geen aflevering meer van gezien. Heb ik helemaal geen tijd voor.” Of ze dan ook weleens helpt, in het huishouden, of met koken?” “Nee!” antwoordt Roelie resoluut. “Of nou ja, soms help ik met iets kleins als placemats schoonmaken. Maar ik kan niet zo lang staan.”
’s Avonds is Roelie graag op haar eigen studio. “Dan trek ik alvast mijn nachthemd aan, en ga ik lekker televisie kijken. Of met mijn puzzelboekjes aan de slag, dat doe ik ook graag. Ik ga nooit zo vroeg naar bed. Nou dan hoef ik alleen maar even tanden te poetsen en dan kan ik erin! En ’s ochtends komen ze, om me te helpen. Maar wat ik zelf kan, doe ik zelf hoor. Ik kan hier doen wat ik wil.” Ellen: “Wij worden als familie ook betrokken bij de zorg, er zijn korte lijntjes. Ik dacht, doordat ik zelf als verzorgende en gespecialiseerd verzorgende psychogeriatrie werk: als ik maar niet die vervelende mantelzorger wordt. Maar daar heb ik helemaal geen reden voor. Toen ze hier net woonde, had mijn moeder bijvoorbeeld een vrij forse wond die ze thuis had opgelopen. Ook die zorg was gewoon goed geregeld.”
Met een gerust hart naar huis
Ze heeft als dochter vanaf het begin een goed gevoel bij Het Blaauwhofhuis. “Op de dag van de verhuizing waren we haar eigenlijk direct kwijt. Ze werd meegenomen voor een rondleiding, ging bij de andere bewoners aan tafel zitten. Toen wij klaar waren met inrichten, heeft ze denk ik nog twintig minuutjes hier gezeten. Toen zei ze: ik moet weg, volgens mij gaan we eten.”
Ze vertrokken met een gerust hart. En dat is nu, een paar weken later, niet anders. “Het is zo anders dan toen ze nog thuis woonde, en ik toch best wel voor haar zorgde. Nu kom ik echt op bezoek, of gaan we samen eropuit. Naar De IJsfabriek hier in Joure, bijvoorbeeld. Daar hebben ze heel lekker ijs, lekkere macarons, chocolade…Helemaal fout, eigenlijk, maar ook zo lekker! Ik heb die zorg thuis met liefde gedaan, maar je wil gewoon die moeder-dochter-relatie. Je wil voor je eigen moeder geen verzorgende zijn. En dat werd het op het laatst wel. Nu klopt het veel beter. We zijn weer moeder en dochter.”
