Deel op:

‘Het fijnste vind ik dat ik nooit alleen ben’

Ze woonde alleen op een flat, maar dat was niets voor Annie Elgershuizen. Veel te weinig aanspraak. “Deze stond alleen maar stil”, zegt ze, terwijl ze naar haar mond wijst. Dat is sinds ze in Het Abtswoudehuis in Delft woont wel anders.

Ze heeft het hier hartstikke fijn, vertelt ze vanuit haar comfortabele fauteuil in haar studio. “Al vanaf de eerste dag. Maar kijk ook maar eens rond, ik heb hier al mijn mooie spulletjes.” Het is echter vooral de gezelligheid, die mevrouw Elgershuizen goed doet. “Het fijnste vind ik dat ik nooit alleen ben. Er is altijd wel iemand in de buurt; mijn buurtjes, lieve zusters.”

Ze houdt van mensen om zich heen, wil ze maar zeggen. “Ja, je klessebest wat met elkaar. Je gaat eens wat met de een praten, dan heb je met de ander pret. Dat is gezellig, hoor. Je eet samen. En het eten is ook nog eens erg lekker. Drie gangen, elke dag. Wat wil een oud mens nog meer?” Dochter Lisette herinnert haar moeder eraan dat ze ook af en toe helpt in de keuken. Ze heeft toch van de week nog aardappelen geschild? Aardbeien schoongemaakt? “Och ja,”  antwoordt mevrouw Elgershuizen. “Maar dat is voor mij zo gewoon, daar denk ik niet eens bij na. Niet lullen maar gewoon hard werken.”

‘Ik doe waar ik zelf zin in heb’

Vroeger was ze dan ook altijd druk. “Handwerken, kinderkleding maken. Ik had altijd wat te doen. Nu hoef ik niets meer! Ik hoef geen boodschappen te doen, geen kleding te kopen. Kijk, deze broek hebben mijn kinderen laatst voor mij gekocht. En toch verveel ik me nooit, ik ben altijd wel bezig. Ik doe hier gewoon waar ik zelf zin in heb.”

Wat dat dan precies is? “Nou, wat ik tegenkom. Spelletjes vind ik altijd wel leuk. De bingo, met een advocaatje: heerlijk. Maar ik vind het ook fijn om gewoon hier op mijn gemakje in mijn huiskamer te zitten met muziek aan.” Als haar dochter op woensdagmiddag licht-klassieke muziek komt draaien om samen met de bewoners van Het Abtswoudehuis te luisteren is het ook feest.

Van klassiek tot smartlappen

Tijdens die middagen begint Lisette vaak laagdrempelig met André Rieu. Haar moeder is groot fan van de Limburgse violist. “Dat is de geweldigste man op de wereld. Ik zou best bij hem in het kasteeltje willen wonen,” vertelt ze met pretoogjes. Na Rieu volgt operette en vervolgens opera, Pavarotti. “Je ziet mensen meezingen, genieten, dat is mooi”,  zegt Lisette. “Ik maak er ook altijd een beetje een chique middag van, met koffie en thee uit van die Engelse kopjes, wat luxere koekjes op mooie schaaltjes. En mijn moeder is mijn proefkonijn. Ik luister de muziek altijd eerst met haar. Als zij het niet leuk vindt, kies ik wat anders.”

Muziek heeft thuis altijd een grote rol gespeeld, vertelt haar moeder. “Met mijn man ging ik elke maand naar een voorstelling. Een toneelstuk, zang.” Dochter vult aan: “En we luisterden en zongen samen altijd graag smartlappen. Nog steeds.  ‘Achterin het stille klooster’ van de Zangeres zonder Naam is onze favoriet. Maar ook ‘Louise zit niet op je nagels te bijten’, en liedjes van ’t Schaep met de 5 pooten.”

Iedereen is altijd welkom

Het was sowieso altijd gezellig thuis, weet haar moeder te vertellen. “Altijd vrolijk, altijd iedereen welkom. Vroeger al. Ik heb een fijne familie, een geweldige schoonfamilie. En ik heb nu zelf drie schatten van kinderen, die allemaal in de buurt wonen. Ik ben op dat gebied de rijkste.” Haar familie en vrienden komen graag op bezoek in Het Abtswoudehuis. “Allemaal, tot neefjes en nichtjes aan toe. Zelfs mijn oude buurtjes. En dan zegt de buurman ‘nou meid, als ik mijn kop uit de deur steek, en ik kijk naar jouw huis, dan denk ik oh ze is nog steeds niet terug!’” Mevrouw Elgershuizen moet lachen. “Ja, iedereen komt langs, net als thuis. Je hoeft niet te denken dat ik vergeten ben!”