Een avonddienstje vandaag. Bij binnenkomst klampt Els mij meteen aan. Ze zit in een fase waarin ze veel rondloopt en moeilijk rust kan vinden. Met grote ogen kijkt ze me aan. Er lijkt een blik van herkenning te zijn.
“Ga je mee?” vraagt ze.
“Ik ga me eerst even omkleden hoor,” zeg ik. “Ik kom er zo weer aan. Tot zo, lieverd!”
Ze blijft staan.
“Tot zo,” zeg ik nog een keer.
Op zoek naar thuis, haar moeder, iets vertrouwds
Soms lijktEls te denken dat ik haar moeder ben. Dan wijst ze naar me en zegt: “Mijn moeder?”
Wat moet er door haar hoofd heen gaan, vraag ik mij af. Haar wereld voelt vast zo verwarrend en beangstigend. Alsof ze voortdurend zoekt naar thuis, naar haar moeder, naar iets vertrouwds. Op zulke momenten legt ze ook weleens haar hoofd op mijn schouder, gewoon voor een beetje geborgenheid.
Met een grote grijns blijft hij bij de lift staan
Ik loop meteen naar boven om me om te kleden. Net als ik mijn groene shirtje aan heb, stapt Hendrik, een bewoner van beneden, uit de lift. Hij zegt dat er hulp nodig is: er is een overstroming op de gang.
Met een grote grijns op zijn gezicht blijft hij vlak bij de lift staan:
“Hendrik Haan heeft de kraan open laten staan!”
Mijn collega’s en ik denken eerst dat hij een grapje maakt en dat het vast wel meevalt.
“Ik ga wel even kijken,” zeg ik.
“Oké,” zegt hij.
Beneden aangekomen blijkt het toch echt een serieuze overstroming te zijn. De gang staat vol water en is zelfs meerdere studio’s binnengelopen. Als we een rubberboot hadden gehad, hadden we gezellig kunnen varen, haha!
Marie is onrustig en wil naar huis
Ik bel snel mijn collega’s om hulp. Els, die ik beloofd had dat ik bij haar zou komen, loopt daar ook rond. Ze wenkt me en pakt me bij mijn arm om mee te gaan. Marie, een andere bewoonster beneden, is onrustig en wil naar huis.
Zo’n begin van mijn dienst heb ik nog nooit gehad. We hoeven ons natuurlijk nooit te vervelen, maar dit…
“Ik woon hier met mensen die vergeten, hè?”
Mijn collega’s schieten al gauw te hulp. Met trekkers en handdoeken proberen we alles weer droog te krijgen. Maar hoe kon dit nou toch? En waar kwam al dat water vandaan?
“Goed gedaan, ‘Hendrik’!” zegt een collega.
Er verschijnt een ondeugend lachje op zijn gezicht. Op een afstandje staat hij genoeglijk toe te kijken, alsof hij er zelfs een beetje van geniet om ons zo bezig te zien. “Ja,” zegt hij droog, “ik woon hier in een huis met mensen die vergeten hè.”
Blijkbaar had hij de wasbak vol laten lopen voor de afwas en was hij daarna weggelopen.
We moeten er met z’n allen toch wel om lachen.
Verhaal gaat verder onder de foto's.
Uitdagend en waardevol
In een mum van tijd is alles weer droog. Ik maak het nog even af met een dweil.
“Zo wordt het eindelijk ook een keer goed schoon,” zegt Hendrik met datzelfde ondeugende lachje.
De grapjas!
Soms heb je van die diensten waarbij alles tegelijk gebeurt: chaos, kwetsbaarheid en humor. Juist dát maakt mijn werk zo uitdagend en waardevol. Want we zorgen niet alleen voor mensen met dementie, maar vooral voor de mens daarachter.
