Afbeelding van een boze bewoner, ter illustratie van een blog van een van onze psychologen, die vertelt over het verlies van zelfstandigheid door dementie.

“Ik ben toch geen peuter!” Dementie en het verlies van zelfstandigheid

Mevrouw de Groot heeft een prachtige eigen studio. Ze voelt zich er als een vis in het water. Haar zelf geboetseerde beelden staan er uitgestald. Ze heeft een kast vol boeken en foto’s van haar bezigheden. Vroeger was mevrouw de Groot actief in de besturen van verschillende verenigingen. Ze werkte als columnist bij de regionale krant. Vanwege haar dementie ging alleen wonen niet langer. Nu woont ze in een huis van Dagelijks Leven.

Op eengedragsvisite  brengt gespecialiseerd verzorgende psychogeriatrie Marijke het gesprek opmevrouw de Groot . “Ze wordt soms zó ontzettend boos!” Het team heeft het gedrag al besproken. Er ligt al een benaderingsplan. Maar helaas, het boze gedrag blijft. Mevrouw de Groot zit vaak rustig op haar kamer. Als er iemand binnenkomt met koffie, thee of een boterham, dan is ze blij. Als ze zich wil aankleden of wassen, dan is ze boos. Ze gooit al roepend met spullen. “Het is hier toch schandálig! Ze behandelen je hier als een baby!” Als haar gevraagd wordt of je haar kunt helpen, wordt ze alleen maar bozer. “Ik ben toch geen peuter!”

Ze is zichtbaar trots, maar wil niet opscheppen

Ik maak kennis met mevrouw de Groot. Ze vindt het prima dat ik even bij haar op de studio kom. Ze wil me graag een kop koffie aanbieden. “Maar ik heb niets in huis!” Ze vertelt honderduit over de beelden die om haar heen staan. Ze is er zichtbaar trots op, maar wil niet opscheppen. “Ach ja, ik kan dit, een ander heeft weer andere talenten.” Mevrouw de Groot zit ondertussen aan haar tafel met een stapeltje regionale kranten voor zich. Een krant van een paar dagen geleden ligt open voor haar.

‘Het is toch vréselijk hier’

Een paar dagen later ga ik met verzorgende Petra mee als mevrouw de Groot net wakker is. Ze zit op haar bed in haar ondergoed. Twee broeken liggen naast haar en op haar schoot ligt een heel aantal sokken. Ze gooit één van de sokken van zich af. “Het is toch vréselijk hier!” Petra gaat op haar hurken voor mevrouw de Groot zitten en kijkt haar liefdevol aan. “Zal ik je even helpen?” Mevrouw de Groot haar ogen spuwen vuur. “Nee!”, roept ze. Petra probeert één van de sokken te pakken. Mevrouw de Groot grist de sok terug. “Blijf af!”

Wat als je iets simpels als aankleden niet meer kan?

Petra en ik lopen terug naar het kantoor. Mevrouw de Groot zit nog op haar bed. In haar ondergoed. We bespreken de situatie. Zo gaat het blijkbaar vaak. Mevrouw de Groot heeft hulp nodig. Je probeert liefdevol en begripvol de hulp te bieden. Maar ze accepteert het niet. Ik denk terug aan mevrouw de Groot een paar dagen geleden. Zo trots op haar talent en toch bescheiden. Hoe zou het voor haar voelen dat ze iets simpels als aankleden niet meer kan? Ik vraag dit aan Petra. Die weet zeker dat dit voor haar afschuwelijk moet zijn. Hoe zou het voor haar zijn als ze hulp aangeboden krijgt? Benadrukken we daarmee het ‘niet-kunnen’?

Ze knikt instemmend

Met die wetenschap bespreken we een aanpak die we eens willen proberen. Ik denk aan wat Marijke me vertelde. Dat ze zich als peuter behandeld voelde. Petra en ik gaan terug. Mevrouw de Groot heeft inmiddels een rok en een blouse aan. Ze is nog steeds boos. Ze moppert en gooit weer een sok op de grond. “Ze behandelen je hier als peuter”, zegt Petra verongelijkt tegen mevrouw de Groot. Ze kijkt op naar Petra en zegt hard: “Nee, niet eens als peuter! Alsof ik een baby ben!” Petra knikt en kijkt ook boos. “Belachelijk! Om een volwassen vrouw zo te behandelen!” Mevrouw de Groot knikt instemmend.

Gehoord en gezien

Even later zit mevrouw de Groot tevreden aan haar eettafel. Onze aanpak had een goede uitwerking. Mevrouw de Groot, altijd zo zelfstandig, wordt iedere dag geconfronteerd met onvermogen. Het feit dat ze hulp aangeboden krijgt als iets niet lukt, bevestigt dit onvermogen alleen maar. Door haar gevoel te benoemen én te erkennen dat dit vreselijk moet zijn, lukt het om contact te krijgen. Dit contact is géén garantie dat zij hulp accepteert. Wel voelt ze zich gehoord en gezien. En dat is toch voor ieder mens een belangrijke basis voor kwaliteit van leven?

Geschreven door:

Wigarda Strampel

Psycholoog NIP en beeldcoach Naar auteur pagina