Afbeelding van een bewoner die verdrietig en boos voor zich uitstaart in een stoel. Ter illustratie bij een blog van psycholoog ouderengeneeskunde die vertelt dat het voor mensen met dementie lastig is om woorden te geven aan dat zij zich niet zo prettig voelen, en daarom boos worden of zoeken naar iets veiligs, als hun moeder.

‘Hoe langer ze haar moeder zoekt, hoe verdrietiger ze wordt.’

“En dan? Dan is mevrouw Ribbers nog steeds verdrietig?” Verzorgende Leonie kijkt mij vol twijfel aan. “Dan lost het dus niets op.” De anderen knikken. Ik kijk rond en zie iets wat ik als psycholoog vaker zie in teams. Een stille hoop op dé oplossing voor omgaan met mensen met dementie. En die oplossing komt niet. Omdat hij niet bestaat.

We horen dit soort problemen vaak. Mensen met dementie die helemaal in de war zijn. Mensen die verdrietig zijn omdat ze hun moeder zoeken. Of onrustig door de gangen lopen, op zoek naar… ja, naar wat eigenlijk? Tijdens gedragsvisites en bewonersbesprekingen komen dit soort situaties vaak terug. Zo ook in het verhaal van Leonie.

Leonie vertelt overmevrouw Ribbers .
“Mevrouw woont nu drie maanden bij ons. In het begin ging het goed. Maar de laatste weken zien we een andere mevrouw Ribbers. Ze raakt snel van streek. Ze zoekt haar moeder. Ze vraagt ons bijna elke minuut of wij haar moeder hebben gezien. Hoe langer ze zoekt, hoe verdrietiger ze wordt. Soms wordt ze boos. Ze slaat met deuren en we kunnen geen contact meer met haar krijgen.”

Onrust na het eten

In de gedragsvisite is al goed gekeken naar wat er voorafgaat aan haar verdriet. Is er iets dat haar een onveilig gevoel geeft? Leonie vertelt: “Na het eten wordt de tafel afgeruimd. Dan wordt mevrouw onrustig. Daarom vragen we haar direct na het eten even te helpen met iets. Afdrogen, bijvoorbeeld. Dat helpt. Het verdriet komt minder vaak voor. Maar helemaal weg is het niet.”

De levensgeschiedenis van mevrouw Ribbers is besproken met haar kinderen. Haar moeder overleed toen mevrouw vijftien was. Het gezin miste haar enorm. Mevrouw Ribbers nam als vanzelf veel zorgtaken over. Die kennis zorgt voor begrip in het team. Maar toch blijft ze vaak verdrietig. En dan? Wat doe je dan?

Met dementie is het vaak moeilijk aangeven dat je je rot voelt

Ik neem Leonie en haar collega’s mee in hoe het brein werkt bij dementie. Naarmate de dementie erger wordt, verdwijnen steeds meer herinneringen. Het denkende brein neemt af. Mensen leven steeds meer vanuit hun onderbrein: het deel waar emoties ontstaan.

Als wij, met gezonde hersenen, ons onveilig voelen, willen we naar iets of iemand die veilig voelt. Naar huis. Naar iemand van wie we houden. Wij kunnen dat meestal zeggen: “Ik voel me rot, ik heb behoefte aan een arm om me heen.”

Mensen met dementie voelen dat óók, misschien zelfs vaker. Door dementie vergeet je veel. Je begrijpt de wereld om je heen minder. Prikkels komen misschien harder binnen. Er zijn genoeg redenen waardoor je je naar kunt voelen. Maar zonder een goed werkend denkend brein kun je dat gevoel niet meer onder woorden brengen. Je kunt het alleen laten zien in gedrag. Je wilt naar iemand die veilig voelt. Voor mevrouw Ribbers is dat haar moeder.

Wat heeft zij op die momenten nodig?

Uitleggen dat haar moeder overleden is? Te pijnlijk

We bespreken verschillende mogelijkheden. Uitleggen dat haar moeder overleden is, is te pijnlijk. En het helpt niet. Afleiden lukt soms, maar vaak niet. Soms maakt het haar juist bozer.

We kijken naar hoe je wél contact met haar kunt maken. Kun je haar gevoel benoemen? Kun je haar spiegelen?
Door bijvoorbeeld te zeggen: “Joke, ik zie dat je ontzettend verdrietig bent”, terwijl je haar aankijkt met dezelfde emotie als mevrouw Ribbers.
Of: “Je zoekt je moeder, zeg je?” Met dezelfde vertwijfeling die je bij haar ziet. “Mis je haar?”

De dementie blijft, de vertwijfeling blijft

Het klinkt misschien moeilijk, maar eigenlijk is het heel eenvoudig. Je lost er niets mee op. Het gemis blijft. De dementie blijft. De vertwijfeling blijft.

Maar wat je wél kunt geven, is oprecht contact en begrip. En soms net dat beetje extra veiligheid. Zodat ze haar moeder nog steeds mist, maar zich bij jou toch even kan laten troosten.

Geschreven door:

Wigarda Strampel

Psycholoog NIP en beeldcoach Meer verhalen van Wigarda